mei 2012
Uit het dagelijks leven met de beelden van Rotterdam
All the men and women go, talking of Michelangelo… terwijl ik de Piazza Navona op fiets… – terwijl ik voor de zoveelste keer deze maand de Binnenrotte op fiets, fluistert W.H. Auden dit in mijn oor. Achteraf besef ik dat, ook al was het Auden die me dit influisterde, het niet Auden was die dit schreef en ook de regel blijkt niet helemaal te kloppen.
Doet er niet toe – want waar het me om te doen is: kunnen wij wat Rome kan? Kunnen wij Nederlanders léven met de beelden van de stad, wordt er van ze gehouden? En: is het mogelijk een kunstwerk voor Rotterdam of voor Nederland te laten maken waar alle mannen en vrouwen de hele dag over lopen te praten? Niet omdat het een fotogeniek spektakelstuk is, maar omdat men op de een andere manier geraakt wordt? Er zijn een paar hedendaagse kunstwerken die dat overkwam: Cloud Gate van Anish Kapoor in Chicago is er zo éen en The Weather Project van Olafur Eliasson, maar dat was binnen in de turbinehal van de Tate Modern in Londen en was een tijdelijke installatie. En het zou kunnen dat It’s Never Too Late to Say Sorry van Michael Elmgreen en Ingar Dragset in dit rijtje bijgeschreven kan worden (specifiek ontworpen voor de Coolsingel naast het Stadhuis).
‘Waarom maken we er geen Piazza Navona van?’, dacht ik na een paar dagen Rome, weer fietsend over de Binnenrotte. Qua lengte is de lege ruimte van het ‘plein’ (de ruimte van Pompenburg tot Station Blaak) minstens twee maal de Piazza Navona en het heeft ongeveer dezelfde breedte, een dikke honderd meter. Het idee is verleidelijk – net zoals ik het plaatsen van kopieën van Michelangelo of Bernini verleidelijk vindt – maar verveelt mij zelf al snel. Het past de stad niet - zonde van het zo Rotterdamse lege plein om voor Rome te moeten spelen - zonde van die immense leegte van de Binnenrotte die je ín fietst, liefst bij zonsondergang of met zwaar weer op komst. Desondanks ben ik reuze benieuwd hoe, áls de Piazza Navona naar de Binnenrotte verhuisde met de fontein van Bernini en al, wij Rotterdammers ons daar dan zouden gedragen, hoe we ons ertoe zouden verhouden.
Sculpture International Rotterdam had een half jaar een gast, een Italiaanse jongeman die een een heel fysieke verhouding tot de stad had. Alleen de beelden waar je op kunt zitten bleek hij interessant te vinden. Daar is iets voor te zeggen; in ieder geval hou ik ervan om te kijken naar kunstwerken waar mensen op kunnen zitten of tegen aan kunnen hangen. (Waarom dat zo is, is voor een volgende keer).
Overal waar men kán zitten gáát men zitten. Ook in Nederland lijkt men dat gelukkig nu te beseffen, want overal verschijnen perken met zitranden en andersoortige zitplekken. Dat is fascinerend. Voor mij betekent dit dat er voor een heleboel mensen niets zo leuk is als ‘kijken’. Ook overal waar een kunstenaar zorgt voor een beeld waar op gezeten kan worden, kruipen mensen op schoot bij het kunstwerk en maken foto’s van elkaar en het kunstwerk. Of het om het kunstwerk gaat , dat denk ik niet – maar thuisgekomen zullen ze de foto’s bekijken en ontdekken dat het kunstwerk de hoofdrol speelt en iets met de personen op de foto doet, en vice versa. Langzaamaan zullen ze het kunstwerk door en door leren kennen, op eigen wijze.
Frappant is dat veel kunstwerken die de laatste zes jaar door SIR in Rotterdam geplaatst zijn, beelden zijn waar op of bij gezeten kan worden. In de holte tussen de bronzen schoenen van Santa Claus zitten de rokers, lezers, vrienden en babies. Meisjes zonnen languit op de pedestal van Joep van Lieshouts Cascade, onder de paddenstoel van The Idler’s Playground voor het Hilton is een bankje voor lanterfanters en andere zitters. En dan had je tot voor kort het luxueuze meubilair van Paola Pivi’s Grrr Jamming Squeak op Coolsingel 63, waar je zelfs ín het kunstwerk kunt zitten.
Afgelopen zaterdag wist ik het zeker: de stad Rotterdam begint steeds meer te léven met zijn beeldenschat. Tot drie keer toe zag ik die dag op TV Rijnmond de prachtige ‘Liggende figuur’ van Wotruba op de Westersingel (Rotterdam), kalksteen, mens en stad in één, met daarbovenop een tweede ontroerend beeldhouwwerk: Jack Wouterse, mens en wolkenkrabber in één. Het zou me verbazen als hij zijn kleding die dag niet expres had aangepast aan de kleur van de kalksteen.
Hoe het met het dagelijks leven met de beelden in andere steden in Nederland gesteld is hoor ik zeer graag van u. Stuur foto’s en tekst via een reactie op deze blog.
(PS. Tip voor het Binnenrotteplein: tegenover het huis waar ik opgroeide, was een lange strook prachtig glad grijswit asfalt met een donkere stoeprand eromheen. Het had de vorm van de Piazza Navona, lang en smal en aan beide zijden afgerond, maar dan kleiner. Die lichte egale strook trok je naar zich toe – het was onze perfecte rolschaatsbaan.)

