Sorry-rapport 313

Weer: In het noorden is het bewolkt met zo nu en dan wat regen. In het westen van het land, af en toe de zon. De temperatuur loopt op naar 8 graden in het noorden tot 13 in het zuiden. Later op de dag steekt er een stevige noordoostenwind de kop op

Goede dingen moeten weg!

Twee heren op leeftijd, in kostuum, waren mijn verschijning met megafoon onverschillig voorbij gelopen en hadden inmiddels de zuidwesthoek van het stadhuis bereikt, toen ze plotseling omgedraaid de hemel afspeurden, om te kijken waar toch die luide boodschap vandaan kwam, alsof die een luchtalarm betrof. Een hennaroodharige vrouw wees de heren erop dat ze het lager bij de grond moesten zoeken en wees naar mij.

Ik plaatste de megafoon terug, sloot de vitrine af en wilde noordwaarts vertrekken, toen ik werd staande gehouden door een Chinese man, die met zijn volle maangezicht een beetje op Mao Tse-tung leek.

Hij vroeg: “Do you speak English?”, en ; “What did you do?”

Ik: “I called out: It is never too late to say sorry!”

Chinese man: “Why?”

Ik: “Because it is my job every day at noon.”

De Chinese man stond een moment geluidloos te schuddebuiken van het lachen. Toen hij zijn ernst hernomen had, wees hij op het stadhuis en vroeg: “How old is that building?”

Even tevoren wilde een stevige jonge moeder weten wat ‘dat ding’ voorstelde. Ze had mij de megafoon zien poetsen en was naar mij toe gekomen met een baby in een kinderwagen, waarin een zuigflesje zwierf.

Ze had sluik zwart haar in een scheiding opzij, een getinte huidskleur en droeg een legergroene jas met capuchon. Ik vroeg me af of ze Turks, Aziatisch, Surinaams of wellicht Antilliaans van komaf was.

“Dat is een megafoon.”, legde ik haar uit.

“Ja, dat is zo’n wit ding waar ze bij voetballen door roepen, toch!?”, meende ze te weten: “Maar wat moet het voorstellen?”

Ik vertelde haar van de performance om twaalf uur, dat ik dan iets door de megafoon zou gaan roepen.

“Vandaag?…. En wat roept U dan?”, vroeg ze weer.

Ik: “It is never too late to say sorry!”

Jonge moeder: “Hebt U dat bedacht?”

“Nee, ik roep het in opdracht van de kunstenaars Elmgreen & Dragset.”, zei ik.

“Mensen zijn vaak te trots om sorry te zeggen.”, zei ze levenswijs en ze schetste tal van intermenselijke situaties, waarin geen sorry gezegd werd, waar dat volgens haar beter geweest was wel te doen: “En dan blijf je het ze kwalijk nemen.”

Ik moest moeite doen haar te onderbreken, want ik wilde mijn fiets stallen, omdat, met het oog op de tijd, mijn opkomst voor de performance in het gedrang kwam. Ze liep met mij op naar de Meent.

Toen ze vernam dat ik werd betaald, zei ze dat ze dacht dat in Rotterdam geld voor kunst was afgeschaft. Ik liet haar weten dat met ingang van 2013 dat inderdaad het geval was voor de publieke internationale beelden.

Jonge moeder: “En wat gebeurt er dan met die beelden?”

Ik: “Dan worden ze niet meer onderhouden, worden ze vies en gaan kapot.”

De jonge moeder duwde haar kinderwagen voort: “Maar dat is toch heel erg?” Ze klonk verdrietig en kwaad tegelijk: “Het is overal maar graaien, graaien, graaien en de goede dingen moeten weg!”